Vlaanderen verlaagt erfbelasting

In België zijn de schenkbelasting en de erfbelasting regionale belastingen. Dat is niet altijd het geval geweest, zo’n vijfentwintig jaar geleden waren de schenkingsrechten en de successierechten een zaak van het federale parlement.

Het Vlaams, het Brussels en het Waals parlement hebben de regels geleidelijk gewijzigd, van kleine wijzigingen in de tarieven van de successierechten tot enkele meer fundamentele regels. Vlaanderen nam in 2007 het voortouw om de familiewoning vrij te stellen van successierechten tussen man en vrouw en tussen partners. Brussel volgde in 2014 en sinds dit jaar geeft ook Wallonië dezelfde vrijstelling.

Uitgaande van hetzelfde federale wetboek van successierechten hebben de drie gewesten hun eigen wetboeken van successierechten opgesteld. Vlaanderen heeft de schenkingsrechten en de successierechten herdoopt in “schenkbelasting” en “erfbelasting” en die in een volledig nieuw Vlaams Wetboek Fiscaliteit opgenomen.

Vorige week rondde de Vlaamse regering haar plannen af om de erfbelasting aan te passen zodat deze op 1 september in werking kan treden, samen met de nieuwe bepalingen inzake erfrecht.

Voor een overlevende echtgenoot of partner verandert er niet veel. De tarieven zijn hetzelfde, de gezinswoning is vrijgesteld, maar de eerste € 50.000 aan roerende goederen zal worden vrijgesteld. In de praktijk komt dit neer op een vermindering van de erfbelasting met € 1.500 (3% van € 50.000), maar op de € 10.000 boven € 50.000 bedraagt de erfbelasting 9%

€0

–  €50,000 3%

€50,000

–  €250,000 9% +  €1,500

vanaf €250,000

27% + €19,500

Voor kinderen zijn er wat kleine verminderingen als ze jonger zijn dan 21 en beide ouders verliezen. De eerste 75.000 euro zou worden vrijgesteld, evenals hun aandeel in de gezinswoning.

Nieuw is dat ouders die erven van een partner, ouder of grootouder een deel van hun nalatenschap in het eerste jaar kunnen overdragen aan hun kinderen zonder schenk- of erfbelasting. Dit is een techniek die “generatiesprong” wordt genoemd en die momenteel alleen mogelijk is als de ouder de erfenis weigert ten gunste van zijn kinderen, die dan successierechten betalen.

Voor broers en zussen zullen de tarieven iets dalen met een laagste tarief van 25% op de eerste €35.000 en een hoogste tarief van 55%.

Voor :

€0

–  €75,000 30%

€75,000

–  €125,000 55% + €22,500

vanaf €125,000

65% + €50,000
Na :

€0

–  €35,000 25%

€35,000

–  €75,000 30% +   €8,750

vanaf €75,000

55% + €20,750

Voor alle andere erfgenamen is het tarief een “groepstarief” berekend op wat de hele groep erft. Voor hen zullen de tarieven een beetje dalen met een laagste koers van 25% op de eerste €35.000 en een hoogste koers van 55%.

Voor :

€0

–  €75,000 45%

€75,000

–  €125,000 55% + €33,750

vanaf €125,000

65% + €61,125
Na :

€0

–  €35,000 25%

€35,000

–  €75,000 45% + €8,750

vanaf €75,000

55% + €26,750

Dit is niet de grote belastinghervorming die ons was beloofd, maar eerder een kleine verlaging van de tarieven van de erfbelasting, die echter wel enkele planningstechnieken biedt.

Author: Marc Quaghebeur

Marc Quaghebeuris een advocaat bij Cabinet DAVID gespecialiseerd in internationale fiscale zaken en grensoverschrijdende vermogensplanning. Hij is verbonden aan de Balie van Brussel en lid van de Society of Trust and Estate Practitioners.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *