Geen dubbele belasting meer op Unilever dividenden?

De beslissing van Unilever om haar dubbele Brits-Nederlandse bedrijfsstructuur op te geven en te kiezen voor één enkel bedrijf dat in Londen is gevestigd, is goed nieuws voor Belgische inwoners.

Unilever is het resultaat van de fusie in 1929tussen de Nederlandse Margarine Unie en de Britse zeepfabrikant Lever Brothers.  Unilever heeft twee holdingvennootschappen: Unilever NV in Rotterdam en Unilever PLC in Merseyside, maar het hoofdkantoor is gevestigd in Unilever House in Londen. Unilever NV staat genoteerd op de aandelenbeurzen van Amsterdam; Unilever PLC staat op de beurs van Londen. 

De reden voor de shift is om op aandelen gebaseerde acquisities of desinvesteringen gemakkelijker en sneller te laten verlopen. In het verleden werden desinvesteringen van divisies, zoals de verkoop van Unilever’s spreads-afdeling, bemoeilijkt door de noodzaak om complexe interne structuren af te bouwen.  De verschuiving zal het voor Unilever ook gemakkelijker maken om het eigen vermogen te verhogen.

Twee jaar geleden waren er al plannen om de Britse entiteit te laten fuseren met de Nederlandse. De Nederlandse premier Mark Rutte heeft Unilever het hof gemaakt met de belofte de dividendbelasting van 15% te verlagen op dividenden van grote ondernemingen; in het Verenigd Koninkrijk is er geen bronbelasting. De Belgische aandeelhouders van Unilever waren enthousiast. Zij betalen 15% belasting aan de bron in Nederland en 30% over de resterende 85%; dat is in totaal 40,5%.

Na publiek verzet heeft de Nederlandse regering het plan laten vallen. De aandeelhouders waren trouwens fel gekant tegen de fusie: Unilever zou van de FTSE 100 worden geschrapt als de groep niet in Londen was genoteerd.  De plannen voor de fusie werden opgeborgen.

Twee jaar later werd het besluit om het bedrijf in het Verenigd Koninkrijk te vestigen door de Britse regering als een motie van vertrouwen toegejuicht. De vennootschap moet nog altijd de toestemming krijgen van de helft van de aandeelhouders van de Nederlandse entiteit en driekwart van de aandeelhouders van het Britse bedrijf. De onderneming zei dat zij verwachtte dat ze haar beursnotering op de Londense FTSE 100 en de Nederlandse AEX-indexen zou kunnen behouden en dat zij genoteerd zou blijven aan de beurzen van Londen, Amsterdam en New York.

Als Unilever alleen in Londen is gevestigd, zullen Belgische aandeelhouders hun dividenden uit het Verenigd Koninkrijk ontvangen zonder afhouding van dividendbelasting. De 30% die in België verschuldigd is, zal de enige belasting zijn.

Wallonië verlaagt schenkbelasting

In het kielzog van de belastinghervorming van december 2017 stelt de Waalse regering voor om de schenkbelasting op woningen en appartementen te verminderen en de berekening ervan te vereenvoudigen. Wallonië volgt daarmee het voorbeeld van Vlaanderen en Brussel.

De schenkbelasting wordt berekend op basis van de graad van verwantschap tussen schenker en begiftigde en de waarde van de schenking.

In rechte lijn (tussen ouders en kinderen) en tussen echtgenoten en wettelijke samenwonenden.

Op de schijf tussen

0 € en 150,000 €

150.000 € en 250.000 €

250,000 € en 450,000 €

over 450,000 €

3%

9%

18%

27%

Voor alle andere begunstigden (broers en zussen, ooms en nichtjes, en vrienden).

Op de schijf tussen

0 € en 150,000 €

150.000 € en 250.000 €

250,000 € en 450,000 €

over 450,000 €

10%

20%

30%

40%

Het maximumtarief was 40 procent voor broers en zussen en 50 procent voor alle anderen.

Indien de schenker energiebesparende werken uitvoert, kan hij een deel van de schenkbelasting recupereren: 25% van de kosten van de werken met een maximum van €2.500.

Sale en lease-back van onroerend goed: niets verandert, maar moet een BTW-plichtige de btw terugbetalen?

Het Hof van Beroep te Mons heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie verzocht het Belgische BTW regime van “sale and leaseback”- transacties onderzoeken (C-201/18 – Mydibel N.V. / Belgische Staat).

De belastingplichtige, een producent van aardappelproducten, had een recht van erfpacht (een tijdelijk zakelijk recht tussen 27 en 99 jaar) op zijn onroerend goed gegeven aan twee financiële instellingen die het aan hem terug in leasing gaven.

De onderneming had het onroerend goed als investeringsgoed verworven en de BTW correct afgetrokken. De “sale lease back” is een zuiver financiële transactie die tot doel heeft de liquiditeit van de belastingplichtige ervan te verhogen. De goederen bleven in zijn bezit en werden continu gebruikt voor zijn BTW-plichtige activiteiten.

De “sale lease back” transactie is niet onderworpen aan de BTW. De vraag is nu of de BTW-plichtige de BTW op het onroerend goed moet herzien/regulariseren in het licht van het beginsel van de neutraliteit van de BTW en/of het beginsel van gelijke behandeling.

Europees Hof veroordeelt Belgische fiscale regels inzake onroerend goed in het buitenland

België is opnieuw veroordeeld door het Hof van Justitie van de Europese Unie voor zijn fiscaal regime voor een tweede woning in een andere lidstaat.

De kwestie is niet nieuw en niet altijd goed begrepen.

België heft belasting op alle onroerende goederen, zelfs als u er geen huur voor ontvangt.

Als u alleen eigenaar bent van het huis waarin u woont, hoeft u helemaal niets op te geven, tenzij u een deel van uw huis verhuurt.

Als u een tweede verblijf bezit, of een woning die verhuurd is, geeft u het kadastraal inkomen op. Dit kadastraal inkomen wordt met 40 procent verhoogd en geïndexeerd om rekening te houden met de inflatie. U betaalt belasting op ongeveer 2,5 maal het kadastraal inkomen.

Als u in het buitenland onroerend goed bezit, gelden andere regels. U moet ofwel de werkelijke huur aangeven die u ontvangt (indien het verhuurd is), ofwel de huurwaarde voor een tweede verblijf.  De huurwaarde is de huur die u van een huurder zou ontvangen indien het verhuurd werd. In het algemeen is het aangeraden een vastgoedmakelaar te vragen u een huurwaarde te geven. U kan geen kosten voor onderhoud of herstellingen aftrekken, maar de administratie houdt automatisch 40% af voor dergelijke kosten. Wel kan u de inkomstenbelasting die u over het onroerend goed in het buitenland heeft betaald, aftrekken.

Theoretisch zou het belastingregime voor onroerend goed in België en in het buitenland hetzelfde moeten zijn omdat het kadastraal inkomen de theoretische huurwaarde van een onroerend goed in België is. Het kadastraal inkomen werd echter voor het laatst vastgesteld in 1975 en geeft ondanks indexatie niet de echte huurwaarde van een woning weer. Dit betekent dat buitenlands vastgoed zwaarder belast wordt dan Belgisch vastgoed.

Er is een verschil. Inkomsten uit een woning in een ander land is in België gewoonlijk vrijgesteld op grond van het dubbelbelastingverdrag tussen België en dat land. Niettemin houdt België rekening met deze inkomsten bij de bepaling van het belastingtarief dat van toepassing is op andere belastbare inkomsten in België. Dit wordt “vrijstelling met progressievoorbehoud” genoemd.  De inkomsten van buitenlands onroerend goed zal de belasting op de Belgische inkomsten opdrijven in de progressieve belastingtarieven.

In 2014 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie reeds verklaard dat de verplichting om de huurwaarde van een buitenlandse onroerend goed aan te geven een inbreuk was op het door het vrij verkeer van kapitaal gewaarborgd door het Europese recht (zaak C-489/13, Verest en Gerards). In 2012 had België dat al toegegeven. Op 12 april 2018 heeft het Europees Hof België opnieuw veroordeeld (zaak C-110/17 Commissie t/België).

Dit betekent dat België zijn wetgeving zal moeten wijzigen om ervoor te zorgen dat onroerend goed in België en daarbuiten op een gelijkwaardige manier wordt behandeld, maar het Europese Hof heeft geen suggesties gedaan om het probleem op te lossen.

De beslissing zal een keuze zijn tussen een verhoging van de belasting op Belgisch onroerend goed en een andere vorm van waardering van het inkomen van onroerend goed in het buitenland. Voor tweede verblijven aanvaardt de belastingadministratie al de Franse tegenhanger voor het kadastraal inkomen, de “valeur locative”, maar niet alle landen hebben zo’n tegenhanger. Ze houden rekening met de marktwaarde van het vastgoed, in dat geval aanvaarden ze een vaste waarde zoals 2% van de Spaanse “valor cadastral” of 4% van de waarde van vastgoed in Nederland.

Een oplossing zou erin kunnen bestaan om eenvoudigweg de inkomsten van buitenlands onroerend goed vrij te stellen zonder progressievoorbehoud. Alleen de toekomst zal het uitwijzen.

Vlaanderen verlaagt erfbelasting

In België zijn de schenkbelasting en de erfbelasting regionale belastingen. Dat is niet altijd het geval geweest, zo’n vijfentwintig jaar geleden waren de schenkingsrechten en de successierechten een zaak van het federale parlement.

Het Vlaams, het Brussels en het Waals parlement hebben de regels geleidelijk gewijzigd, van kleine wijzigingen in de tarieven van de successierechten tot enkele meer fundamentele regels. Vlaanderen nam in 2007 het voortouw om de familiewoning vrij te stellen van successierechten tussen man en vrouw en tussen partners. Brussel volgde in 2014 en sinds dit jaar geeft ook Wallonië dezelfde vrijstelling.

Uitgaande van hetzelfde federale wetboek van successierechten hebben de drie gewesten hun eigen wetboeken van successierechten opgesteld. Vlaanderen heeft de schenkingsrechten en de successierechten herdoopt in “schenkbelasting” en “erfbelasting” en die in een volledig nieuw Vlaams Wetboek Fiscaliteit opgenomen.

Vorige week rondde de Vlaamse regering haar plannen af om de erfbelasting aan te passen zodat deze op 1 september in werking kan treden, samen met de nieuwe bepalingen inzake erfrecht.

Voor een overlevende echtgenoot of partner verandert er niet veel. De tarieven zijn hetzelfde, de gezinswoning is vrijgesteld, maar de eerste € 50.000 aan roerende goederen zal worden vrijgesteld. In de praktijk komt dit neer op een vermindering van de erfbelasting met € 1.500 (3% van € 50.000), maar op de € 10.000 boven € 50.000 bedraagt de erfbelasting 9%

€0

–  €50,000 3%

€50,000

–  €250,000 9% +  €1,500

vanaf €250,000

27% + €19,500

Voor kinderen zijn er wat kleine verminderingen als ze jonger zijn dan 21 en beide ouders verliezen. De eerste 75.000 euro zou worden vrijgesteld, evenals hun aandeel in de gezinswoning.

Nieuw is dat ouders die erven van een partner, ouder of grootouder een deel van hun nalatenschap in het eerste jaar kunnen overdragen aan hun kinderen zonder schenk- of erfbelasting. Dit is een techniek die “generatiesprong” wordt genoemd en die momenteel alleen mogelijk is als de ouder de erfenis weigert ten gunste van zijn kinderen, die dan successierechten betalen.

Voor broers en zussen zullen de tarieven iets dalen met een laagste tarief van 25% op de eerste €35.000 en een hoogste tarief van 55%.

Voor :

€0

–  €75,000 30%

€75,000

–  €125,000 55% + €22,500

vanaf €125,000

65% + €50,000
Na :

€0

–  €35,000 25%

€35,000

–  €75,000 30% +   €8,750

vanaf €75,000

55% + €20,750

Voor alle andere erfgenamen is het tarief een “groepstarief” berekend op wat de hele groep erft. Voor hen zullen de tarieven een beetje dalen met een laagste koers van 25% op de eerste €35.000 en een hoogste koers van 55%.

Voor :

€0

–  €75,000 45%

€75,000

–  €125,000 55% + €33,750

vanaf €125,000

65% + €61,125
Na :

€0

–  €35,000 25%

€35,000

–  €75,000 45% + €8,750

vanaf €75,000

55% + €26,750

Dit is niet de grote belastinghervorming die ons was beloofd, maar eerder een kleine verlaging van de tarieven van de erfbelasting, die echter wel enkele planningstechnieken biedt.

Wanneer moet u uw aangifte indienen

Termijnen voor het indienen van de aangifte in de personenbelasting in 2018

  • Op papier: 29 juni 2018
  • Online via tax-on-web: 12 juli 2018
  • Online via uw fiscaal adviseur: 25 oktober 2018

Voor niet-inwoners zijn de termijnen :

  • Op papier: 8 november 2018
  • Online via tax-on-web: 6 december 2018
  • Online via uw fiscaal adviseur : 6 december 2018

Voor ondernemingen en non profit organisaties is de uiterste termijn 27 september 2018; belastingaangiften kunnen vanaf 6 juni 2018 online via Biztax worden ingediend

De fiscus kondigt gerichte controles aan

Enkele dagen voor ze de belastingaangiften voor 2017 uitstuurt kondigt de fiscus op haar website aan welke groepen belastingplichtigen ze speciaal zal controleren.

Voor natuurlijke personen gaat het om:

  • Bedrijfsleiders die hun beroepskosten bewijzen in plaats van een forfaitaire aftrek te nemen. De belastingadministratie vermoedt dat sommige bedrijfsleiders artificieel veel beroepskosten bewijzen om minder belastingen te betalen. Bedrijfsleiders die kiezen voor het forfait riskeren niet gecontroleerd te worden.
  • Verhuurders van woningen die door de huurder voor professionele doeleinden gebruikt worden riskeren ook gecontroleerd te worden. Indien zij niet aangeven dat de woning als handelszaak of kantoor gebruikt wordt, worden ze belast op het kadastraal inkomen en niet op de werkelijke huur. Dat betekent een ernstige besparing in belastingen.
  • Betalers van onderhoudsgelden aan iemand in het buitenland en dat onderhoudsgeld in aftrek brengen riskeren ook gecontroleerd te worden. De controle zal erop gericht zijn na te gaan of de begunstigde welk het geld ontvangt en of er wel een onderhoudsplicht is.

Vennootschappen worden ook strenger gecontroleerd. Houden ze bedrijfsvoorheffing in op de lonen van buitenlandse werknemers die hier meer dan 183 dagen werken? Blijven de pensioen­bijdragen binnen de 80% grens? Verrekenen ze hun verliezen uit vorige jaren correct? …

Belastingplichtigen, zowel natuurlijke personen als vennootschappen, die hun belastingaangiften niet indienen riskeren gecontroleerd te worden, zeker indien ze regelmatig nalaten dit te doen.

België onderwerpt de verhuring van onroerend goed aan BTW

Na een begrotingscontrole in maart, stelt de Belgische federale regering in haar zomerbegroting voor een optioneel BTW-regime in te voeren voor huurovereenkomsten van onroerend goed vanaf ingang van 1 oktober 2018. Lees hierover bijdrage in Tax Notes International of contacteer de auteur.

Overeenkomst inzake de belasting op pensioenen tussen België en Nederland

Op 5 maart ondertekenden de Belgische en Nederlandse bevoegde autoriteiten een overeenkomst ter verduidelijking van de belastingheffing op pensioenen bij toepassing van artikel 18 van het dubbelbelastingverdrag tussen beide landen.  De overeenkomst werd gepubliceerd in de Staatscourant.

De overeenkomst is het resultaat van een beleidswijziging die de Nederlandse regering eind vorig jaar aankondigde en die inhoudt dat een deel van de pensioenuitkeringen aan gepensioneerden die in België wonen wordt belast.

Aanvullende pensioenen worden in beginsel belast in de staat waar de genieter woont. In bepaalde omstandigheden mag de staat van waaruit het pensioen wordt betaald, de bronstaat, het pensioen evenwel belasten. Dit is het geval als het totale brutobedrag van het pensioen meer dan 25.000 € per jaar bedraagt en niet wordt belast in het bronland, (1) als het pensioen niet belast wordt tegen het normale belastingtarief dat geldt voor arbeidsinkomsten of (2) niet voor minstens 90% van de uitkering belast wordt in de woonstaat.

Tot 2017 verleende de Nederlandse belastingdienst over het algemeen een vrijstelling van Nederlandse bronheffing aan Belgische inwoners in de veronderstelling dat niet aan deze voorwaarden was voldaan, zodat Nederland geen heffingsbevoegdheid had.

In individuele gevallen hebben de rechtbanken echter – op basis van Belgische nationale regels – besloten dat België aanvullende pensioenen niet kon belasten als deze vóór 1 januari 2004 (de datum waarop de Belgische Wet op de Aanvullende Pensioenen in werking trad) via een Nederlandse pensioeninstelling waren opgebouwd.

Op basis van deze rechtspraak is de Nederlandse fiscus tot de conclusie gekomen dat deze pensioenen aan alle belastingen ontsnapten en dat toch aan de voorwaarden van het verdrag voldaan was. Eind 2017 schreven zij zo’n 1.300 Belgische inwoners aan die een pensioenuitkering van meer dan € 25.000 per jaar ontvangen om mee te delen dat de vrijstelling van de Nederlandse bronheffing per 1 januari 2018 ingetrokken werd. Dit betekent dat de pensioenen in Nederland zouden worden belast en dat België ze zou moeten vrijstellen (aanvullende gemeentebelasting zou wel nog verschuldigd over de theoretische inkomstenbelasting).

Het standpunt van de Belgische fiscus is dat zelfs als de rechtbanken en hoven in bepaalde individuele gevallen hebben beslist dat de Nederlandse pensioenuitkeringen niet belastbaar zijn in België, het principe nog steeds is dat ze in België belastbaar zijn. Aan de voorwaarden van het dubbelbelastingverdrag is dus niet voldaan en België heeft de bevoegdheid om de Nederlandse pensioenuitkeringen te belasten.

In het akkoord van 5 maart hebben de Belgische en Nederlandse fiscus hun standpunten afgestemd in een akkoord voor de toekomst. Nederland zal pensioenen die worden uitgekeerd aan Belgische ingezetenen vrijstellen als in België “onherroepelijk vaststaat” dat feitelijk volledig belasting is geheven over het uit Nederland afkomstige aanvullende pensioen, d.w.z. dat het pensioen is belast tegen de progressieve belastingtarieven, of dat ten minste 90 procent van het pensioen is onderworpen aan belasting in België.

Nederland behoudt zich echter het recht voor de inkomsten te belasten indien wordt vastgesteld dat uiteindelijk niet aan de voorwaarden van artikel 18, lid 2, is voldaan. En als er voor de Belgische rechter een beroep is ingediend tegen de belasting van het pensioen, kan Nederland het pensioen ook belasten.

Nederland geeft België vanaf aanslagjaar 2017 een lijst van Belgische ingezetenen die een aanvullend pensioen hebben ontvangen dat hoger is dan 25.000 € per jaar en België deelt de Nederlandse fiscus mee of deze pensioenen in België volledig belastbaar waren. Deze informatie moet binnen 18 maanden worden doorgegeven.

België zal Nederland ook jaarlijks een lijst bezorgen van de inwoners die bij de rechtbanken in beroep zijn gegaan tegen de belasting van een pensioen uit Nederland en zij zullen Nederland ook spontaan informeren wanneer als de fiscale behandeling van een pensioen in België status gewijzigd is en niet meer volledig belastbaar is.

De Belgische en de Nederlandse belastingdienst zullen de relevante informatie rechtstreeks uitwisselen. De Nederlandse bronheffing wordt automatisch gecorrigeerd als deze niet correct is toegepast. Belastingplichtigen zouden geen actie moeten nemen.

Grondwettelijk Hof begraaft Fairness Tax

Het Belgisch Grondwettelijk Hof heeft de zogenaamde “fairness tax” nietig verklaard, in navolging van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waar het Grondwettelijk Hof om een prejudiciële beslissing had gevraagd. In tegenstelling tot wat de meeste waarnemers hadden gehoopt, wordt de belasting door de uitspraak van het Grondwettelijk Hof echter niet met terugwerkende kracht opgeheven, behalve in één specifieke situatie. Voor meer informatie, lees de bijdrage in Tax Notes International of contacteer de auteur

Exit mobile version